Lijnen

Met lijnen worden logische koppelingen tussen objecten weergegeven. Met het lijngereedschap kunt u lijnen maken. Elke lijn heeft een richting: van de bron via middenpunten naar het doel.
U kunt een verbindingslijn selecteren met het selectiegereedschap en die bewerken gebruikmakend van de infovensters (met name de infovensters Lijnen en Vormen). U kunt ook met het selectiegereedschap de punten van een lijn verplaatsen of de lijn verbinden met een object.
Lijnen kunnen vormen hebben die eraan zijn gekoppeld als lijnlabels.
U kunt ook lijnen gebruiken zonder deze ergens aan te verbinden. Om te voorkomen dat een lijn aan objecten wordt gekoppeld, selecteert u de lijn en gebruikt u het infovenster Verbindingen om verbindingen uit te schakelen.
← Vormen Verbindingsvormen en slimme pijlen →